jpg-119.jpg

OVER GERD

Gerd_symboolVR01.png

KAKELNESTJE
Ik groeide op als jongste kuiken in een warm nest op de Vlaamse boerenbuiten. De weilanden, schuren en hooizolders van onze boerderij vormden de ideale uitvalsbasis om als kleine
speelvogel mijn vleugeltjes uit te slaan. Het ging er altijd levendig aan toe bij ons thuis. Mijn drie grote broers en ik leefden ons uit
met de kinderen uit de buurt, die maar wat graag bij ons kwamen spelen. Als we elkaar niet achternazaten als politie of boefje, of ons op de gekst denkbare plekjes verstopten, ravotten we met onze hond Pruts, of vertroetelden kleine poesjes en pasgeboren kalfjes.
Rondtrekkende jongeren sloegen weleens een nachtje hun tent bij ons op. Dan genoten we samen met hen van de rust en ademruimte op de boerderij, waar alles en iedereen voortdurend in beweging was.


WIELEWAAL
Ook toen ik ouder werd en mijn speelveld zich uitbreidde tot buiten ons erf, vulde ik mijn leven met sport en spel. Heerlijk vond ik het om ’s zomers met de Chiromeisjes op kamp te gaan en tijd door te brengen in de natuur, of de sportieve grenzen van mijn lichaam te
verleggen. Vakantiespeeldagen mee organiseren vond ik heerlijk. Bewegen ging in die tijd als vanzelf. Daar dacht ik niet bij na.


KRAANVOGEL
Op school, echter, werd ik me voortdurend bewust gemaakt van mijn lichaamshouding. Regelmatig kreeg ik te horen dat ik recht moest zitten of rechtop moest staan. Met de schouders naar achteren. En de borst vooruit. En niet te vergeten: kin omhoog! Ik leerde graag en goed, en dus zette ik ijverig mijn beste beentje voor. Net zolang tot het me lukte het voorbeeld van mijn juf te evenaren. Ik zie nog voor me hoe ze kaarsrecht als een liniaal op eindeloze benen statig door de klas marcheerde.

SLIM KIPJE
Als tiener wilde ik me verdiepen in de wiskunde. Dat was voor een meisje in die tijd nog niet zo vanzelfsprekend. Omdat de scholen bij ons in de buurt nog lang niet zo modern en progressief waren, koos ik voor het internaat van het Kardinaal van Roey-instituut in Vorselaar.
Daar zou me alvast niet ontbreken aan denksport. Mijn lichaam daarentegen was wel aan wat meer gewend geraakt dan de wekelijkse uurtjes volleybal en turnen die we daar kregen.
Doordat internaat en leslokalen op een boogscheut van elkaar lagen, verschenen er bovendien maar weinig stappen op het tellertje.


DAPPERE EMOE
Naarmate mijn hoofd zich vulde met wiskundige weetjes en puberaal gekakel, protesteerde mijn lichaam in verhouding exponentieel. Ik begon steeds meer te snakken naar buitenlucht
en meer beweging. Allerlei klachten dienden zich aan. Ik had moeite me te concentreren, voelde me moe en lusteloos. Ik had pijn, in mijn nek en in mijn schouders. Lang in dezelfde houding zitten of staan werd stilletjes aan nagenoeg onmogelijk. Nog even en dan zou ik kine gaan studeren. Dan zou het sportieve tij vanzelf wel keren, hield
ik mezelf bemoedigend voor. Dus beet ik door. En rechtte mijn rug. En ik richtte mijn blik en mijn borst weer vooruit en bewoog in een kaarsrechte lijn richting Leuven.

KWIEK KOLIBRIETJE

Ik had het bij het rechte eind. De opleiding kinesitherapie was een ware verademing. Naast de gebruikelijke theorielessen, kregen we immers veel praktijk. Eindelijk bracht ik opnieuw veeltijd door in de sporthal, in het zwembad en op de atletiekpiste. Ook was het een halfuurtje flink doorstappen van aan het station tot bij mijn studentenkamer, en vandaar uit nog eens dikeen kwartier per fiets tot aan de universiteit. Ik voelde me energieker dan ooit. Spierpijn en vermoeidheid behoorden tot het verleden. Ik was in topconditie.

 


ZELFREDZAME MOEDERKLOEK
Het was altijd mijn droom geweest op eigen benen te staan. Dat voorbeeld had ik van thuis uit meegekregen. Dus toen ik voor de tweede keer moeder werd van een zoon, ruilde ik de groepspraktijk waar ik als startend kinesiste dankbaar aan de slag was kunnen gaan geleidelijk aan in voor een huis met een tuin en een eigen praktijk op de Vlaamse boerenbuiten. Ik zag alleen maar de voordelen. Een overzichtelijk geheel. Gezin en werk op één plek.. En een groeiend cliënteel. Mijn huishoudelijk werk? Dat besteedde ik uit.

Slim gezien, Gerd! Flink gewerkt! Ik genoot met volle teugen.
Van zelf bewegen (lees: sporten en spelen) kwam weinig in huis, maar door fietsen en wandelen dacht ik dat tijdens de weekends ruimschoots te compenseren. Waarom stak dan
ineens de nekpijn de kop op? Waar kwam toch die spierpijn vandaan? Die had ik zolang niet gevoeld. En waarom voelden mij armen en benen zo stram? En waarom was ik altijd zo moe? Ik deed toch mijn best om ook zelf te doen wat ik zo deskundig beweerde? Ik paste toch toe wat ik zelf had geleerd? Ik deed toch wat ik dacht dat ik moest?


DOORVOELD UILTJE
Het duurde nog even voordat ik er wijs uit geraakte. Tot ik een jaar of tien geleden deelnam een kinesitherapeutisch traject voor professionelen. Doorvoeld bewegen heette het. Dankzij de
coach die die sessies gaf, zag ik op een dag eindelijk zelf in hoe het zat. Wat een aha-erlebnis! Ik bewoog niet te weinig. Ik bewoog niet te veel. En welke bewegingen ik precies deed, was nooit goed of slecht. Het probleem zat ’m dus niet in het ‘wat’. En ook niet in ‘hoe vaak’ of
‘hoe veel’. Nee. De vage klachten die ik had, vloeiden voor uit het ‘hoe’. Het lag aan mijn houding! Wat precies mijn coach bedoelde, begreep ik pas echt op het moment dat ik het zelf (door)voelde. Kin omhoog, ben je gek? Dat is slecht voor je nek. Borst vooruit trekt te hard
aan je schouders. We zijn niet gebouwd voor kaarsrecht of gestrekt. Ons lichaam is dynamisch! Dat besef had mijn lichaam, begreep ik, altijd al gehad. In mijn kinderlijke ijver had ik simpelweg – ongetwijfeld te krampachtig en hard – naar het foute voorbeeld
opgekeken. Wat een pijnlijke grap! Voortaan wist ik wel beter!